Archief van de ‘Reizen’ Categorie

Hoeveel kans maak ik om te verdwalen als ik op ontdekkingsreis wil gaan buiten mijn eigen tuin?

De meeste honden die verdwalen blijven verdwaald en vinden de weg naar huis nooit meer terug.

Honden navigeren door gebruik te maken van al hun zintuigen. Ze onthouden aanblikken, geluiden en geuren. Als ze onderweg geen bekende tegenkomen, raken ze net zo makkelijk verdwaald als mensen.

Sommige honden raken dan in paniek en rennen radeloos heen en weer; andere tonen meer gezond verstand en gaan systematisch op zoek naar een bekende geur, geluid of aanblik.

De slimste honden werken daarbij in steeds groter wordende cirkels, en besnuffelen de grond en de lucht op zoek naar alles wat maar bekend kan zijn. Als een vertrouwde geur wordt waargenomen volgen ze deze tot ze een herkenningspunt bereiken.

In vrijwel ieder land doen verhalen de ronde over honden die de weg naar huis hebben teruggevonden over afstanden van honderden kilometers. Deze honden doorkruisen rivieren, bergen, woestijnen, steden, industriegebieden en snelwegen om uiteindelijk, met bebloede poten doch gelukkig, bij hun eigen voordeur te verschijnen. Een doodenkele keer doet een hond inderdaad zoiets, en het is mogelijk dat ze daarbij gebruik maken van een elektromagnetische navigatietechniek waarover ook vogels beschikken; maar het is een kans van één op een miljoen. Mensen zijn gek op deze verhalen. Ze willen graag denken dat honden hun weg naar huis kunnen terugvinden omdat de mythe der hondse aanhankelijkheid en trouw nu eenmaal diep verankerd zit in de folklore.

De treurige werkelijkheid is dat honden makkelijker verdwalen dan mensen, en bij ontbreken van identificatie en menselijke hulp hun huis hoogstwaarschijnlijk nooit meer terugvinden.

Stel dat ik op reis verdwaald en ik heb geen identificatiemiddel. Maak ik dan een kans om levend uit een asiel te geraken?

Amper. In Europa, Noord-Amerika en Australië zijn asielen gedwongen jaarlijks miljoenen honden af te maken.

Sommige worden afgemaakt omdat ze oud of ziek zijn, andere omdat ze gevaarlijk zijn, maar de overgrote meerderheid bestaat uit gezonde honden die moeten worden afgemaakt omdat ze doodeenvoudig niet geïdentificeerd kunnen worden en geen nieuwe mensen zich voor hen aanbieden.

Sommige asielen beleiden een ‘niet-afmaak-beleid’. Als een hond daar terechtkomt houdt men hem net zolang tot er een tehuis voor hem is gevonden.

Als hij geen identiteitsplaatje heeft maar jong, actief en intelligent is, kan hij zelfs in een trainingsprogramma terechtkomen om een ‘hoorhond’ te worden, en vervolgens een stimulerend leven leiden door te fungeren als ‘oren’ voor een dove persoon.

Anders komt hij in een lang-verblijfkennel terecht, waar hij net zolang wordt gehouden en door steeds nieuwe mensen bekeken tot uiteindelijk iemand hem mee naar huis neemt.

Maar dit zijn de uitzonderingen die de regel bevestigen. Ongeïdentificeerde honden leven meestal niet langer dan een paar dagen, hooguit weken, nadat zij het asiel zijn binnengekomen.

De meeste mazzel hebben vaak de rashonden. Om de een of andere onduidelijke reden zijn dit de honden met de meeste kans mee te worden genomen door asielbezoekers. Dat is vreemd, want over het algemeen zijn rashonden bepaald niet gezonder dan kruisingen of pure vuilnisbaktypen. Omdat selectief fokken de kans op erfelijke kwalen verhoogt, lijden rashonden vaak aan een groter aantal gezondheidsproblemen dan hun soortgenoten met een minder imponerende stamboom. Rashonden zijn evenmin intelligenter, hoewel de persoonlijkheid van een rashond iets beter te voorspellen valt omdat deze gewoonlijk ook overgeërfd is. Bij aankomst in het asiel ondergaan de honden een medisch onderzoek, en worden eventueel behandeld. Daarna komt de ‘show’: mensen komen kijken en uitzoeken.

De verstandigste honden doen wat extra mascara op, kwispelen zo hard ze kunnen en glimlachen zo breed mogelijk tegen ieder belangstellend mens; maar uiteindelijk is het een kwestie van geluk wie wordt uitgekozen en wie niet Omdat er zo ongelooflijk veel en bovendien hun eigen gelederen steeds aanvullende thuisloze honden zijn, loopt het voor hen die niemand kunnen overtuigen hen mee naar huis te nemen, met een spuitje af.

Zijn kennels echt zoals gevangenissen?

Het leven in een kennel is voor de ene hond de hemel en voor de andere de hel.

Hondgerichte honden vinden het heerlijk om één of meer weken in een kennel door te brengen. Ze zijn dolgelukkig als ze andere honden zien, horen en ruiken. Ze worden meer alert, in het bijzonder als ze mogen spelen met medegevangenen of zelfs bij hen mogen slapen.

Mensgerichte honden daarentegen kunnen het gedwongen samenleven met andere honden buitengewoon ongepast achten. Voor hen komt het leven in een kennel overeen met dat van een ongetrainde menselijke stedeling die plotseling op overlevingskamp in de wildernis moet.

Goede kennels voorzien in de behoeften van beide hondse persoonlijkheidstypen.

De kennel-eenheden moeten zowel warme binnenhokken hebben als met elkaar verbonden buitenruimten. Ze moeten zo zijn ontworpen dat kluizenaars zich kunnen terugtrekken op stille en onzichtbare plekjes, terwijl extraverte honden naar andere delen van de kennel kunnen wandelen waar ze kunnen spelen en van gedachten wisselen met andere extraverten. Dit kan worden verwezenlijkt door een platform in elke kennel aan te brengen. De introverten brengen hun tijd beneden door, en de extraverten worden gewoonlijk bovenop aangetroffen.

Een goed kennelmenu omvat een voedselkeuze waaronder zelfgemaakte, individueel samengestelde maaltijden voor de moeilijke eters.

De belangrijkste factor in een kennel wordt gevormd door het personeel. Deze mensen moeten nauwlettend worden geobserveerd. Hoe meer vragen zij stellen over de hond, hoe groter de kans dat zij consideratie zullen opbrengen voor diens individuele en specifieke behoeften en wensen.

Moet ik ook een veiligheidsgordel aan in de auto?

Honden raken in auto-ongelukken even makkelijk gewond als mensen.

Hun probleem is natuurlijk dat de meeste niet in staat zijn het slot van hun veiligheidsriem te openen als ze pijlsnel de auto uit moeten.

Een hond mag nooit op de voorste passagiersstoel zitten, tenzij ongewone omstandigheden dit noodzakelijk maken. Zonder het stuurwiel dat enige bescherming biedt is dit de stoel des doods. Bij een ongeval zal de hond waarschijnlijk naar voren vliegen en ernstig gewond raken.

De achterbank is veel veiliger. Als de auto plotseling tot stilstand komt wordt de hond tegen de achterkant van de voorstoelen geworpen. Maar verwondingen als botbreuken doen zich ook dan vaak voor, omdat het dier op de grond valt. Hondenveiligheidsriemen zijn vaak een soort tuig, dat deze gevaarlijke voorwaartse bewegingen voorkomt Ze zitten vast aan de normale riembevestigingspunten en verminderen de kans op letsel als de hond voorwaarts blijft bewegen terwijl de auto al stil staat.

Nieuwsgierige en informatiebeluste honden, vooral kleine honden, klimmen graag op de hoedeplank om door de achterruit te kijken. Deze honden worden kleine projectielen zodra de auto abrupt stopt.

Andere honden hebben hun eigenaars ertoe bewogen speciaal voor hen een stationcar te kopen. Ze vinden het prettig om tijdens een autorit zo nu en dan op te kunnen staan en de benen te strekken. Goed gemaakte afscheidingen tussen de hondenafdeling en het passagierscompartiment verminderen voor beide partijen de kans op letsel.

Waarom begin ik te kwijlen zodra ik in een auto stap?

Kwijlen is een teken van misselijkheid.

Als honden in auto’s gaan kwijlen betekent het dat ze misselijk aan het worden zijn. Reisziekte komt vaak voor bij pups om de eenvoudige reden dat de bewegingen van een auto een ervaring vormen waarvoor hun evenwichtsorganen niet zijn ontworpen.

Alle vier poten zijn bedoeld om voortdurend onder hondse controle te zijn en stevig op de grond te staan. Het is net als met mensen: als puppy’s vaak op korte ritjes worden meegenomen leert hun evenwichtsorgaan zich aan dit soort situaties aan te passen. Als de hond het niet vroeg leert gaat het later veel moeilijker.

Volwassen honden doen er weken over om te leren niet te kwijlen of misselijk te worden zodra een auto in begewing komt Ze moeten in een stilstaande auto worden gelaten, een beloning ontvangen als ze niet kwijlen en er dan weer worden uitgelaten. Vervolgens wordt dit herhaald als de motor draait. Dan wordt er beloond als er niet wordt gekwijld bij kleine bewegingen van de auto, en uiteindelijk bij kleine ritjes.

Zo’n training kan moeizaam zijn, en vaak vormen reisziektetabletten een simpeler oplossing.

Er zijn andere omstandigheden waaronder honden hun speekselklieren opendraaien alsof het een kraan is. Bij sommige gebeurt het als ze hun mensen een blikopener horen gebruiken; bij andere als ze hondensnoepjes zien, vitaminetabletten of hun favoriete voedsel. In deze situaties verwachten de honden te worden gevoed en daarom gaan ze alvast speeksel produceren. Dit kan ook de reden zijn waarom ze in de auto kwijlen.

Sommige volwassen honden kwijlen in auto’s domweg omdat ze dat als pup ook al deden. Ze lijden niet langer aan reisziekte, maar gaan door met kwijlen omdat het een ingewortelde gewoonte is geworden.

Advertenties