Archief van de ‘Voeding’ Categorie

Ik heb mijn goede en mijn slechte dagen. Houdt mijn dieet verband met die wisselingen in mijn stemmingen gedrag?

Er is geen absoluut bewijs dat dieet verband houdt met de stemming van honden, maar er zijn wel (overigens tegenstrijdige) aanwijzingen dat datgene wat een hond eet verband kan houden met zijn gedrag.

Sommige mensen zijn van mening dat bepaalde aminozuren, de bouwstenen van eiwitten, verband houden met agressie, zodat door het verminderen van de consumptie van deze aminozuren de neiging van de hond tot agressiviteit kan worden verminderd.

Vlees bevat deze “breinbedervende” aminozuren, dus luidt de redenering dat een hond die minder vlees eet minder agressief wordt.

Andere wetenschappers zijn precies de tegenstelde mening toegedaan. Ze zeggen dat bepaalde hersenchemicaliën worden aangemaakt uit bovenbedoelde aminozuren, en dat deze chemicaliën juist de agressiviteit onder controle houden. Bij ontbreken van deze aminozuren ontbreekt ook de controle over de roofdierneigingen, en gaat de hond erop Uit, op zoek naar een maaltijd. Zodra hij die te pakken heeft gekregen en door de dierlijke eiwitten van het maal zijn aminozuren heeft aangevuld, verdwijnt de drang tot doden weer.

Welke theorie ook waar mag zijn, het is een feit dat een slecht dieet en lethargie verband houden met elkaar. Als een dieet bestaat uit voedsel van lage kwaliteit, moeten darmen, lever en nieren overwerk doen om de giftige afvalprodukten weg te krijgen. Dat vreet energie en de hond wordt traag, en oogt depressief. Een uitgebalanceerde voeding helpt de meeste honden in goede conditie te blijven.

Ik ben een kieskeurige eter, en eet soms dagenlang niet. Is dit anorexia en is het gevaarlijk?

Ja, dit is een vorm van anorexia en nee, het is niet gevaarlijk.

Honden hebben een grote voorraadmaag en verhoudingsgewijs korte darmen.

Natuurlijke selectie heeft de grotere honderassen voorzien van een zeer algemene smaak als het op voedsel aankomt. Ze proberen alles en eten er veel van, waardoor de maag zo vol mogelijk blijft; dit is heel gunstig voor een hond die als pup snel moet groeien en die als volwassene veel calorieën moet consumeren om aan zijn gewicht te blijven.

In het overleven van de sterksten maken de minst kieskeurige honden de beste kansen. Deze vorm van natuurlijke selectie is nooit van toepassing geweest op de kleine honderassen. Kleine rassen zijn het gevolg van menselijk ingrijpen bij het fokken, waarbij mensen zwakkelingen en genetische mislukkelingen hielpen te overleven. In plaats van jong te sterven of het af te leggen tegen grotere honden bij de strijd om het paren, ontwikkelden deze honden zich zonder de evolutionair-natuurlijke noodzaak om alles te eten wat maar voor de mond komt. Het resultaat is dat kieskeurigheid of anorexia nauwelijks voorkomt bij grote rassen als Duitse herders en labradors, maar vrij algemeen is bij kleinere rassen als Yorkshire terriërs en chihuahua’s.

 Anorexia treedt bij honden uit grote nesten verhoudingsgewijs minder vaak op. Als pups leerden ze al gauw dat wie niet at wat er te eten viel honger moest lijden. Dit is de reden waarom sommige mensen op handen en knieën gaan zitten, en net doen of ze de hondebak leeg eten in een poging om de hond zelf aan het eten te brengen.

Anorexia is niet zo gevaarlijk voor honden als het is voor mensen, want verborgen onder de kieskeurigheid van kleine honden ligt het maagdarmkanaal van een wolfachtige en het gezonde verstand van een wolf dat hem vertelt dat voedsel noodzakelijk is om te overleven. Quameta bolisme kunnen honden veel langer zonder voedsel dan mensen, voordat nieren of andere organen schade oplopen. In het verleden gaven de Eskimo’s van Noord-Canada en Alaska hun sledehonden om de vier dagen grote hoeveelheden voedsel. Deze honden verkeerden in een uitstekende gezondheid, mede doordat dit voedingspatroon identiek was aan dat van de lokale wolven. Ongeveer om de vier dagen grijpt een arctische wolventroep een of meer kariboes of herten en vreet zich dan helemaal vol. Vanwege de anatomie van hun maagdarmkanaal vinden honden het veel minder moeilijk dan mensen om een paar dagen niet te eten, maar zodra ze eenmaal echt hongerig worden eten ze alles wat ze kunnen krijgen.

Soms krijg ik de neiging om net als een koe te grazen. Ben ik dan plots een vegetariër?

Hoewel honden carnivoren zijn die van vlees houden zijn ze niet, zoals katten, volledig afhankelijk van vlees om te overleven.

Grazen is normaal, zelfs gunstig voor een hond.

Gras voegt vezels toe aan het dieet. Dit geeft de inhoud van de darmen meer volume en bevordert de doorvoer naar het achterste einde van het darmkanaal.

Net als bij mensen kunnen vezels in het voedsel uit medisch oogpunt gezond zijn, door het reduceren van de kans op ingewandskanker.

Veel honden eten niet zomaar gras, maar zoeken naar speciale grassoorten of kruiden. Deze herbivore honden geven de voorkeur aan sappig, met dauw bedekt voorjaarsgras boven droge oudere soorten. Vergelijk het maar met een bak verse salade, en de dauw met vinaigrette.

Later in het jaar willen honden nog wel eens verschillende soorten bessen eten, in het bijzonder bramen. Dit is geen toevallig gedrag, maar een weloverwogen keuze.

Omdat ze in hun eigen lichaam essentiële vetzuren en aminozuren kunnen aanmaken, zijn honden in tegenstelling tot katten in staat tot overleven op een puur vegetarisch dieet- maar dat is niet waarvoor ze zijn ‘ontworpen’. Plantaardige vetten en eiwitten kunnen noodzakelijke bouwstenen vormen, maar het is moeilijker om een goede balans aan voedings- en andere stoffen uit uitsluitend planten te halen dan uit een combinatie van plantaardig en dierlijk voedsel. Honden zijn in werkelijkheid omnivoren. Ze zijn bereid alles te proberen, en kunnen op z’n tijd een lichte vegetarische maaltijd zeer op prijs stellen.

Ik heb geen honger maar ik schuim toch de straten af naar voedsel. Waarom doe ik dit?

Straatschuimen is leuk. Het is echt hondewerk. Het is opwindend en belonend.

Een hond kan zijn zintuigen gebruiken op de manier waarvoor ze zijn bedoeld: snuffelen, onderzoeken en consumeren.

Zoals rijke zakenlui transacties afsluiten niet omdat ze nog meer geld nodig hebben maar omdat ze het leuk vinden, geven honden zich over aan straatschuimen niet omdat ze meer voedsel nodig hebben maar omdat ze er een kick van krijgen. Dit is waarom zelfs weldoorvoede honden het doen.

Verveling is een vast onderdeel van de drang tot straatschuimen. Werkhonden zoals politie-, reddings- of geleidehonden, moeten hun aandacht bij andere zaken houden, en zijn minder geneigd tot straatschuimen en vuilnisbakken plunderen dan honden wier verdere activiteiten hoofdzakelijk bestaan uit het feilloos imiteren van een kussen op de sofa.

Voor de meeste huishonden is het dagelijks bezoek aan een park of ander recreatieoord het hoogtepunt van de dag, de enige gelegenheid waarbij alle zintuigen worden gebruikt om te onderzoeken wie eerder op die plaats is geweest en welk voedsel er zou kunnen worden aangetroffen.

Bij het ontbreken van voldoende lichaamsbeweging worden voedsel en gevoederd worden soms de belangrijkste zaken in het leven. In plaats van te leven voor beweging leven sommige honden om te eten, en het vinden van voedsel wordt de enige reden van hun bestaan. Als dit plaatsvindt wordt straatschuimen uitgetild boven de zelfbelonende activiteit die het van nature al is: het wordt een levensvervulling.

Waarom stinkt mijn adem soms?

 Hoewel het kan worden veroorzaakt door voedsel, zijn de meest voorkomende oorzaken van slechte adem problemen met de bek of met de spijsvertering, en gelukkig kunnen de meeste van die problemen worden opgelost.

 Honden ruiken naar het voedsel dat ze eten.

Maar als er spijsverteringsproblemen zijn dan kan de stank ook uit de maag komen. Deze honden boeren vaak; als de opgerispte lucht stinkt, dan betekent dit dat bacteriëre fermentatie of andere geurverwekkende activiteiten in de maag plaatsvinden. In dat geval moet het dieet worden veranderd.

De meest frequente oorzaak van slechte adem is tandvleesontsteking ten gevolge van tandsteenopbouw op de tanden.

Hondetanden worden geel van ouderdom, maar het kauwen op stokken en botten of het poetsen van zijn tanden voorkomt dat er allerlei mineralen op neerslaan. Als een hond niet van nature zijn tanden en tandvlees masseert, ontstaat er een schuimig slijm op de gebitselementen, dat dikker en uiteindelijk hard wordt Voedselresten blijven achter tussen deze substantie en het tandvlees, bacteriën tieren welig, en de adem van de hond wordt een dodelijk wapen.

Slechte adem betekent meestal ontstoken tandvlees, wat op zijn beurt betekent dat iedere keer dat de hond voedsel doorslikt hij bacteriën in zijn bloedsomloop pompt.

Bij een gezonde hond vernietigt het afweersysteem deze ziektekiemen, maar als de hond niet gezond is kunnen deze circulerende bacteriën een algemene infectie veroorzaken waarvan men vermoedt dat ze de oorzaak is van de meest voorkomende hartkwaal bij honden.

Waarom heb ik toch die sterke aandrang om botten te begraven?

Botten begraven is een overblijfsel uit de prehistorie van de hond, toen hij voedsel moest opslaan voor tijden van honger.

Alle honden hebben de aanleg tot het begraven van botten, maar er zijn er niet veel die hun ambitie ook waar kunnen maken.

Veel honden zien botten alleen op de etensborden van hun mensen. Zelf krijgen ze ze nooit vanwege de (vaak overdreven) angst voor problemen die het eten van botten zou kunnen veroorzaken. Ingeslikte botten kunnen constipatie teweegbrengen, of zelfs een complete blokkering van het maagdarmkanaal die slechts operatief kan worden opgeheven.

Honden die nooit een bot zien hebben dezelfde aandrang als andere honden, dus begraven zij snoepjes, kauwspeelgoed en koekjes. Wanneer er geen tuin ter beschikking is, trachten deze misdeelde honden hun voorwerpen te begraven in tapijten, bij voorkeur in een hoekje, en proberen gefrustreerd het ‘begraven’ object te verbergen door met de neus tegen het tapijt te duwen.

Honden met tuinen begraven voorwerpen eerder symbolisch dan met een praktisch doel, want meestal vergeten ze waar ze liggen en graven ze nooit meer op.

Sommige honden begraven katten of eekhoorns die ze hebben gedood, om ze smakelijk te laten worden. Wilde hondachtigen zoals vossen begraven vogeleieren en graven ze later ter consumptie weer op. Het begraven van voedsel beschermt dit tegen andere schuimers en vormt een provisiekast voor moeilijke tijden. Omdat honden zo lang door mensen zijn gevoed, is het begraven van botten meer een symbolische dan een praktische handeling geworden.

Soms slok ik mijn voer zo snel naar binnen dat het weg is voor ik het weet. Is dat ongezond?

Mensen vinden het onbeleefd om je eten naar binnen te schrokken, maar in de context van de groepsmentaliteit is het een volkomen normale, aanvaardbare en verstandige manier om te eten.

Datzelfde geldt voor het terstond na de maaltijd uitbraken van het voedsel om het vervolgens opnieuw op te eten.

Een deel van het gedragspatroon dat honden meebrachten van het bos naar de open haard is concurrerend eten. ‘Ik wil hebben wat jij hebt’ is daar een uiting van, en je voedsel naar binnen schrokken zonder zichtbaar kauwen of proeven is een andere.

Met grote brokken tegelijk leegt een hond zijn bak binnen seconden, en kijkt vervolgens klaaglijk op als om te vragen waar het is gebleven. Mensen vinden dit geschift gedrag voor een hond die nog nooit meteen andere hond heeft hoeven wedijveren voor zijn voer. Ze vergeten dat wat de hond betreft mensen gewoon andere, grote, haarloze honden zijn. Hij heeft de drang om ook met hen te wedijveren, zelfs als ze nooit neerknielen op de vloer om hem het recht op de inhoud van zijn bak te betwisten.

Snel eten wordt soms gevolgd door braken, hetgeen eveneens normaal hondegedrag is, in het bijzonder bij teefjes die vaak voedsel opbraken om hun opgroeiende pups te eten te geven.

Sommige honden eten gras, niet als salade maar omdat het helpt voedsel op te braken. Ze doen dit als ze last van hun maag hebben, of om een te grote vracht kwijt te raken.

Waarom wil ik niet delen en neem het liefst het eten van een ander?

Jaloezie is een natuurlijk onderdeel van hondegedrag, en jaloezie met betrekking tot voedsel is een van de meest algemene manifestaties.

Zelfs als een hond het grootste, prachtigste, sappigste, viezigste en lekkerste bot heeft dat op de wereld bestaat, dan nog zal hij geneigd zijn een miezerig kippepootje waarmee een andere hond rondloopt eveneens te begeren.

Deze houding is een integraal onderdeel van groepsgedrag.

In de groep houdt degene die deelt minder over, maar als je neemt heb je meer, waardoor je lichamelijk sterker wordt en opschuift in de naar leiderschap voerende pikorde.

Huishonden tonen hun autoriteit op dezelfde manier: de nemers zijn dominanter dan de delers.

Huishonden hebben nog een andere reden voor dominant gedrag. Zij scharen wat jaloezie omtrent bezittingen aangaat mensen gemakshalve onder de honden want in feite denken de meeste viervoeters dat mensen ook inderdaad honden zijn en mensenvoedsel ruikt en smaakt heel wat beter dan wat de hond in zijn eigen bakje vindt.

Dus als de familie plaatsneemt voor de maaltijd, heeft de hond twee goede redenen om datgene wat zijn mensen eten te preferen boven wat hij zelf krijgt.

De eenvoudige en effectieve methode die mensen moeten toepassen om van dit probleem af te komen is de hond nimmer iets van tafel te geven, en hem pas te voeden als ze zelf klaar zijn met eten. Als hij de mensen als eersten ziet eten begrijpt hij dat dit onaantastbare groepleiders zijn want die eten immers het eerst.

Dit zal zijn dominantie verminderen, evenals zijn natuurlijke drang om datgene te begeren wat de mensen hebben. Zijn wens om te bezitten wat een andere hond heeft zal er niet door verminderen, dus als twee honden elk een bot krijgen dienen ze om conflicten te voorkomen hun maaltijd in verschillende vertrekken te nuttigen.

Elke dag hetzelfde voedsel, is dat wel goed voor mij?

Mits een voeding uitstekend is samengesteld en uitgebalanceerd, bestaat er geen bezwaar tegen dat de hond het gedurende haar hele leven eet.

Dit veronderstelt wel een groot vertrouwen in de vaardigheid der voedselbereiders om ervoor te zorgen dat iedere vitamine, elk sporenmineraal, alle essentiële vetzuren en aminozuren aanwezig zijn in de correcte hoeveelheden, dus variatie in het dieet doet zeker geen kwaad en waarschijnlijk zelfs goed.

Honden worden vaak echte gewoontedieren. Ze stellen routine op prijs, waaronder soms de wetenschap dat ze een bepaald voedsel iedere dag op een bepaald uur krijgen. De frequentie is belangrijk.

Anatomisch gezien is een hond erop gebouwd om zich een- of tweemaal per week volledig vol te proppen en dan de aldus opgebouwde reserves te verbruiken.

Als ze de kans krijgen vinden ze het prettiger om vaker te eten, minstens een- of tweemaal per dag. Deze frequentie wordt vroeg in het leven bepaald, en later kan ze wel zonder problemen worden verhoogd, maar de hond vindt het heel onaangenaam als ze wordt verminderd.

Uit standpunt van voedingswaarde is het aantal maaltijden per dag onbelangrijk; slechts het aantal dagelijkse calorieën is van belang.

Het veranderen van merk of de overgang van de ene naar de andere soort zoals droog, halfdroog of blikvoer, is voor sommige honden heel opwindend terwijl andere er juist diarree van krijgen.

Een alternatief is het handhaven van wat de hond lekker vindt, en daar vitaminen en mineraalsupplementen aan toe te voegen. Deze zijn waarschijnlijk overbodig maar in de vorm van snoepjes smaken ze lekker, kunnen worden gebruikt als beloning bij de training, vullen wellicht een onbekend gat in de voedselvoorziening op en doen, wanneer ze tenminste in de aanbevolen hoeveelheden worden verstrekt, geen kwaad.

Soms laat ik zo’n smerige winden dat ik er zelf de kamer door wordt uitgejaagd. Hoe kan ik dit verhinderen?

Darmgas wordt geproduceerd door bacteriën, en het aantal gas-vormende bacteriën is afhankelijk van het gegeten voedsel.

Verandering van dieet is het verstandigste wat een hond onder bedoelde omstandigheden kan doen om sociaal wat meer aanvaardbaar te worden.

Winderigheid wordt vaak in verband gebracht met bepaalde groenten zoals bonen en erwten, maar er zijn nog veel meer voedselsoorten die bacteriegroei in het maagdarmkanaal van de hond bevorderen. In feite kan niet eens precies worden vastgesteld wat nu wel en wat nu niet tot winderigheid bij honden leidt.

 Theoretisch is vezelrijk voedsel een boosdoener, en voedsel meteen hoog eiwitgehalte niet. In de praktijk echter veranderen sommige sterk eiwithoudende maaltijden van puur vlees de hond in een ware gasfabriek, terwijl een vezelrijke hap van lage kwaliteit dat soms helemaal niet doet.

Antibiotica leiden soms tot euvelriekende winden omdat ze het inwendige bacterie-evenwicht verstoren. Als dit gebeurt kan het eten van yoghurt met ‘goede’ bacteriën het probleem oplossen.

In andere omstandigheden moet de hond zijn eetgewoonten veranderen door verschillende voedselcombinaties uit te proberen, elk gedurende een paar weken, om erachter te komen welke combinaties de fraaiste drollen met het minste gas produceren. Als een hond erg gesteld is op zijn bestaande dieet en niet wil veranderen, kunnen yoghurt of andere speciale bacteriën bevattende voedsel-supplementen aan zijn maaltijd worden toegevoegd om de spijsvertering te verbeteren, en ervoor te zorgen dat de hond zich weer zonder schaamte in alle kringen kan vertonen.

Advertenties