In de meeste gevallen doet een nieuwe pup wonderen voor de oudere hond; en voor diens mensenfamilie!

Alle honden, zelfs zij die ervan overtuigd zijn tot het menselijk ras te behoren en die andere honden als vreemde wezens uit de ruimte beschouwen, stellen als puntje bij paaltje komt honds gezelschap op hoge prijs.

Met uitzondering van honden die seniele gedragsveranderingen vertonen of die aan chronische pijnlijke ouderdomskwalen lijden, zijn zelfs honden die nooit eerder in het gezelschap van soortgenoten hebben geleefd na enkele dagen of weken hun mensen dank baar voor het aan de groep toevoegen van iets dat ze volledig herkennen en begrijpen.

In eerste instantie vindt een oudere hond het niet prettig om besprongen, gelikt, besabbeld, besnuffeld, geduwd en gekauwd te worden door een pup. Hij zal happen naar de jongeling, die al snel in de gaten krijgt dat ouderdom respect verdient.

Anderzijds ruiken puppy’s heel lekker, ze spreken veel beter ‘honds’ dan mensen ooit zullen leren, en ze fungeren als bron van de jeugd door lang vergeten competitiedrang en speelsheid te stimuleren in de oude sukkel.

De levensverwachting van de gepensioneerde hond is gering, maar zijn dood is wat makkelijker te verteren voor zijn mensen als zich in huis nog een andere hond bevindt die de leegte enigszins opvult.

Er is echter een kritisch omslagpunt in het hondse ouder worden, waarna het onverstandig is een nieuwe pup in huis te brengen. Als een oude hond, lichamelijk of geestelijk, ongeneeslijk gehandicapt is, is het verstandiger om te wachten tot na zijn definitieve afscheid alvorens het huis te puppificeren.