Janken is een vorm van communicatie. Honden janken om elkaar te vertellen waar zij zich bevinden.

Maar of zij nu ook trachten met Mozart te communiceren wanneer zij janken bij zijn muziek, is een open vraag.

Wolven gebruiken de oer-jank om met elkaar te spreken. Wanneer bijvoorbeeld een wolventroep in de bossen verspreid is geraakten een eenzame wolvepup piept ‘Waar is iedereen?’, wordt van alle kanten prompt geantwoord met een vreemd, weemoedig, bijna spookachtig primitief gehuil. De pup is tevreden en zwijgt.

 Jonge honden janken en piepen ook als ze alleen gelaten worden. Bij het opgroeien ontwikkelen sommige honden, vooral speurneuzen en dobermanns, een gejank van treurige toonzetting. Als ze alleen zijn heffen zij het hoofd hemelwaarts, tuiten de lippen en janken erop los.

Eenzaamheid is niet de enige reden voor janken. Sommige honden doen het wanneer ze mensen begroeten. Andere janken als ze gelukkig zijn, en weer andere als ze muziek horen. De gehooromvang van een hond is ongeveer dezelfde als die van een mens, namelijk ongeveer achteneenhalve octaaf, maar binnen dat bereik is hun gevoeligheid veel groter.

Zo kunnen zij onderscheid maken tussen geluiden die slechts een achtste toon verschillen. Dit verklaart waarom herdershonden zo makkelijk leren te reageren op de verschillende fluitjes van hun baas. Diep verborgen in een essentieel hersenonderdeel heeft de mens een centrum dat gevoelig is voor muziek. Honden hebben vermoedelijk net zoiets. Muziek is rustgevend. Het werkt kalmerend en geruststellend op dieren. Janken tegen Mozart; of tegen welke muziek dan ook; is een actieve daad van de janken hij doet het omdat hij het wil doen. Hij heeft er plezier in. Als de muziek hem onaangenaam in de oren klonk zou hij doodgewoon opstaan en het vertrek verlaten.