Als er al een hond in huis woont is het meestal volkomen onnodig en het werkt mogelijk zelfs averechts om hem naar de schuur of de garage te verwijzen zodra een baby zijn intrede doet.

Net als in alle verhoudingen wordt de reactie van een hond op een baby bepaald door zijn hiƫrarchische plaats in de groep.

Honden houden niet van veranderingen. Zij voelen zich het zekerst wanneer het leven boordevol vertrouwde routine zit. Nieuwgeboren mensenbaby’s verstoren deze routine, dus de mensen moeten ervoor zorgen dat het hele gebeuren geleidelijk plaatsvindt- zolang ze er nog de energie voor hebben!

Als een hond eerst als een plaatsvervangend kind behandeld is, steeds veel aandacht en affectie heeft gekregen, er veel met hem is gespeeld en gepraat, en er frequent geaai en geknuffel heeft plaatsgevonden, moeten al deze verwennerijen heel geleidelijk worden verminderd. In plaats van de hond te laten uitmaken wanneer het tijd is voor voedsel, lichaamsoefening of aanhankelijkheidsbetuigingen, moeten de mensen hiervoor de tijden vaststellen. Als de hond moet leren op een andere plaats te slapen is nu het geschikte moment om hem daaraan te laten wennen. Dit alles draagt ertoe bij het superioriteitsgevoel van de hond te verminderen.

Als de baby er eenmaal is, kan men de hond ‘belonen’ door hem alle nieuwe luchtjes te laten ruiken. Op dit punt moeten geen andere routines worden veranderd. Zolang de hond de aandacht blijft ontvangen die hij verdient, ondervindt hij hooguit een licht gevoel van rivaliteit. Na enige maanden, als hij ontdekt dat mensenbaby’s niet zo netjes zijn met hun voedsel als hondepuppy’s en dat zij het niet alleen laten vallen maar het zelfs opzettelijk op de vloer gooien, zal de hond de nieuwe huisgenoot zelfs hartelijk gaan waarderen.