Honden hoeven dit gedrag niet aan te leren: het gaat instinctief.

Een enkele hond echter heeft wat moeite met z’n instincten, en kan het hygiënisch krabben vervolgens leren door het van andere honden af te kijken.

In hun prille jeugd hebben puppy’s het vermogen om te leren door het gedrag van andere honden gade te slaan en dit vervolgens na te doen, maar naarmate ze ouder worden gaat dit vermogen gewoonlijk verloren.

Lichamelijke afvalprodukten zijn bij uitstek geschikt om territoria te markeren, dus in plaats van ze willekeurig te deponeren gebruiken honden ze om boodschappen over te brengen. De uitwerpselen zelf zijn niet zo opvallend, en daarom benadrukt de producent hun aanwezigheid door er een bergje zand naast of zelfs op te krabben. Dit dient een tweetal doeleinden: het maakt de plek meer opvallend, en het maakt geuren uit de grond los die door een andere hond kunnen worden opgepikt. Als deze opgewonden begint te snuffelen zal hij makkelijk ook de faeces of de urine opmerken.

Een reu is eerder geneigd om rond zijn uitwerpselen met aarde te gaan klungelen dan teefjes, om de doodeenvoudige reden dat de reu een grotere behoefte heeft aan het markeren van een territorium.

Teefjes gaan het wat meer doen nadat ze zijn gesteriliseerd.

Krabben moet niet worden verward met graven, want de achterpoten krabben zonder veel orde en regelmaat willekeurig achterwaarts, terwijl voor graven de voorpoten met grote aandacht en concentratie worden gebruikt.