Honden die hun blaas ledigen bij het begroeten van mensen, hebben een lage dunk van zichzelf. Om ermee op te houden dienen zij hun zelfvertrouwen te vergroten.

Mensen moeten altijd bovenaan staan in de hiërarchie van de hondengroep. Alle honden moeten onderdanigheid betuigen als hun mensen thuiskomen, maar een vriendelijk kwispelen met de staart is daartoe voldoende.

Uitgebreider tekenen van onderworpenheid zoals janken, kruipen, op de rug rollen of, erger nog, op de rug rollen en plassen, zijn overbodig.

In hun onwetendheid bevestigen mensen vaak hun leiderschap door van hun grote hoogte neer te buigen en de hond een vriendelijk klopje op de bol te geven. Overkomt dit een onzekere hond, dan zal deze zichzelf benatten. Om het probleem te voorkomen dienen mensen het te snel aanraken van een onzekere hond vermijden; bij het betreden van de woning moeten zij zelfs geen oogcontact maken. Na een minuut of wat kunnen ze bukken of hurken om hun lengte wat minder imponerend te maken, en dan kunnen ze (nog steeds oogcontact vermijdend!) een opwaarts gekeerde handpalm uitsteken en de beslissing tot toenadering aan de hond overlaten. Komt de hond dichterbij dan kriebelt de mens haar onder de kin, maar kijkt haar nog niet aan en spreekt evenmin.

Volkomen natuurlijke mensenbegroetingen zoals oogcontact een een hartelijk ‘Hallo!’ komen op een hond over als dominerend gedrag. Als mensen dit gedrag vermijden kan de onzekere hond enig zelfvertrouwen verwerven. Als dit gebeurt zal zij zeker de beheersing over haar blaas hervinden.