Graven is lichamelijk en geestelijk heel stimulerend.

Het aanleggen van dit soort dagbouwmijnen is een gedrag dat bij heel veel honden voorkomt, doch nergens toe leidt.

Ze doen het vanwege een instinctieve drang die lang geleden een nuttig doel heeft gediend.

Hoewel wolven zich hoofdzakelijk voeden met grote herbivoren zoals herten, nuttigen ze daarnaast een verrassende hoeveelheid argeloos rondwandelende kleine knaagdieren, die ze met een bijna katachtige sprong overrompelen. Wanneer het knaagdier echter veilig in z?n holletje zit heeft de wolf, in tegenstelling tot de kat, niet het geduld om kalm te zitten wachten tot de maaltijd nietsvermoedend naar buiten komt; in plaats daarvan begint hij met zijn voorpoten verwoed te graven om de prooi te bemachtigen. Dit is een van de redenen waarom honden gaten graven en er verder niets mee doen.

Omdat in het wild soms een overdaad aan voedsel voorkomt en soms een grote schaarste, verbergen wolven wel het voedsel dat ze niet direct nodig hebben. Als de buik gevuld is graaft de wolf een gat en begraaft daarin delen van zijn prooi voor toekomstige consumptie. Zoals bekend doen honden dit ook met botten, maar tegenwoordig krijgen nog maar weinig honden een echt bot om op te kauwen. De aandrang om voedsel te verbergen blijft echter bestaan, dus een hond-met-volle-maag zal geneigd zijn een gat te graven. Maar aangezien hij niets heeft om erin te stoppen laat hij de gedolven kuil gewoon achter.

Honden graven ook wel uit verveling of om te ontsnappen, wat als puntje bij paaltje komt ook een zoeken naar zintuiglijke stimulatie is. Behalve dat het de spieren oefent, produceert graven ook een heel scala aan uit de grond opstijgende geuren, die veelal organisch zijn en de hond bijzonder smakelijk voorkomen. Wormen, kevers, rottend materiaal, vocht  en dit alles is een streling voor het nieuwsgierige reukzintuig van de hond en zijn verwanten.