Het ‘lezen’ van geuren is hetzelfde als het lezen van kranten, alleen beter. Geuren geven het nieuws van de dag door.

Door de afscheidingsprodukten van een ander hondelichaam te besnuffelen, kan een hondachtige het geslacht bepalen van de hond die het produkt achterliet, hoe lang geleden de betrokkene aanwezig was, als hij een reu is hoe ‘stoer’  hij is, en als het een teefje betreft of zij op het punt staat loops te worden of het al is.

Een geoefende snuffelaar kan zelfs de gemoedstoestand van de geurproducent aardig inschatten.

Nadat een hond zijn darmen heeft geleegd voorziet hij het produkt van twee druppels uit zijn anaalklieren, geurklieren ter weerszijden van de anus.

De afscheiding van deze klieren bevat tientallen verschillend geurende chemicaliën, die waarschijnlijk alle een specifieke boodschap overbrengen aan de snuffelaar.

De zuivere urine van een hond heeft weinig geur, maar hormonen geven er duidelijke aroma’s aan en verschaffen een schat aan informatie over de seksuele en emotionele toestand van de plasser.

Deze geuren worden niet in de neus waargenomen, maar in een speciaal orgaan dat mensen niet hebben: het vomeronasaal orgaan.

Ze onderzoeken nieuwe mensen door de geuren van hun kruis met dit orgaan te ruiken. Merkwaardig genoeg besnuffelen honden alleen de kruizen van onbekende mensen; bij mensen die ze kennen worden de armen en benen besnuffeld, waarvan elk zijn eigen geurinformatie overbrengt.

Mensen kunnen moeilijk begrijpen hoe geweldig goed honden kunnen communiceren met behulp van geuren, domweg omdat de arme mens zelf erg primitief is uitgerust op dit gebied.