De meeste honden die verdwalen blijven verdwaald en vinden de weg naar huis nooit meer terug.

Honden navigeren door gebruik te maken van al hun zintuigen. Ze onthouden aanblikken, geluiden en geuren. Als ze onderweg geen bekende tegenkomen, raken ze net zo makkelijk verdwaald als mensen.

Sommige honden raken dan in paniek en rennen radeloos heen en weer; andere tonen meer gezond verstand en gaan systematisch op zoek naar een bekende geur, geluid of aanblik.

De slimste honden werken daarbij in steeds groter wordende cirkels, en besnuffelen de grond en de lucht op zoek naar alles wat maar bekend kan zijn. Als een vertrouwde geur wordt waargenomen volgen ze deze tot ze een herkenningspunt bereiken.

In vrijwel ieder land doen verhalen de ronde over honden die de weg naar huis hebben teruggevonden over afstanden van honderden kilometers. Deze honden doorkruisen rivieren, bergen, woestijnen, steden, industriegebieden en snelwegen om uiteindelijk, met bebloede poten doch gelukkig, bij hun eigen voordeur te verschijnen. Een doodenkele keer doet een hond inderdaad zoiets, en het is mogelijk dat ze daarbij gebruik maken van een elektromagnetische navigatietechniek waarover ook vogels beschikken; maar het is een kans van één op een miljoen. Mensen zijn gek op deze verhalen. Ze willen graag denken dat honden hun weg naar huis kunnen terugvinden omdat de mythe der hondse aanhankelijkheid en trouw nu eenmaal diep verankerd zit in de folklore.

De treurige werkelijkheid is dat honden makkelijker verdwalen dan mensen, en bij ontbreken van identificatie en menselijke hulp hun huis hoogstwaarschijnlijk nooit meer terugvinden.