Het leven in een kennel is voor de ene hond de hemel en voor de andere de hel.

Hondgerichte honden vinden het heerlijk om één of meer weken in een kennel door te brengen. Ze zijn dolgelukkig als ze andere honden zien, horen en ruiken. Ze worden meer alert, in het bijzonder als ze mogen spelen met medegevangenen of zelfs bij hen mogen slapen.

Mensgerichte honden daarentegen kunnen het gedwongen samenleven met andere honden buitengewoon ongepast achten. Voor hen komt het leven in een kennel overeen met dat van een ongetrainde menselijke stedeling die plotseling op overlevingskamp in de wildernis moet.

Goede kennels voorzien in de behoeften van beide hondse persoonlijkheidstypen.

De kennel-eenheden moeten zowel warme binnenhokken hebben als met elkaar verbonden buitenruimten. Ze moeten zo zijn ontworpen dat kluizenaars zich kunnen terugtrekken op stille en onzichtbare plekjes, terwijl extraverte honden naar andere delen van de kennel kunnen wandelen waar ze kunnen spelen en van gedachten wisselen met andere extraverten. Dit kan worden verwezenlijkt door een platform in elke kennel aan te brengen. De introverten brengen hun tijd beneden door, en de extraverten worden gewoonlijk bovenop aangetroffen.

Een goed kennelmenu omvat een voedselkeuze waaronder zelfgemaakte, individueel samengestelde maaltijden voor de moeilijke eters.

De belangrijkste factor in een kennel wordt gevormd door het personeel. Deze mensen moeten nauwlettend worden geobserveerd. Hoe meer vragen zij stellen over de hond, hoe groter de kans dat zij consideratie zullen opbrengen voor diens individuele en specifieke behoeften en wensen.