Posts Tagged ‘kennel’

Zijn kennels echt zoals gevangenissen?

Het leven in een kennel is voor de ene hond de hemel en voor de andere de hel.

Hondgerichte honden vinden het heerlijk om één of meer weken in een kennel door te brengen. Ze zijn dolgelukkig als ze andere honden zien, horen en ruiken. Ze worden meer alert, in het bijzonder als ze mogen spelen met medegevangenen of zelfs bij hen mogen slapen.

Mensgerichte honden daarentegen kunnen het gedwongen samenleven met andere honden buitengewoon ongepast achten. Voor hen komt het leven in een kennel overeen met dat van een ongetrainde menselijke stedeling die plotseling op overlevingskamp in de wildernis moet.

Goede kennels voorzien in de behoeften van beide hondse persoonlijkheidstypen.

De kennel-eenheden moeten zowel warme binnenhokken hebben als met elkaar verbonden buitenruimten. Ze moeten zo zijn ontworpen dat kluizenaars zich kunnen terugtrekken op stille en onzichtbare plekjes, terwijl extraverte honden naar andere delen van de kennel kunnen wandelen waar ze kunnen spelen en van gedachten wisselen met andere extraverten. Dit kan worden verwezenlijkt door een platform in elke kennel aan te brengen. De introverten brengen hun tijd beneden door, en de extraverten worden gewoonlijk bovenop aangetroffen.

Een goed kennelmenu omvat een voedselkeuze waaronder zelfgemaakte, individueel samengestelde maaltijden voor de moeilijke eters.

De belangrijkste factor in een kennel wordt gevormd door het personeel. Deze mensen moeten nauwlettend worden geobserveerd. Hoe meer vragen zij stellen over de hond, hoe groter de kans dat zij consideratie zullen opbrengen voor diens individuele en specifieke behoeften en wensen.

Ik wil de troepleider zijn. Hoe moet ik dat aanpakken?

Zelfs de kleinste hond kan de troepleider van zijn mensen worden omdat mensen nu eenmaal zo gemakkelijk plat te krijgen zijn. Wees dus ongehoorzaam. Mensen hebben vaak de eerste pogingen van hun hond om troepleider te worden niet eens in de gaten. Ze vinden het wel grappig als een puppy tegen mensen gromt. Ze besteden er weinig aandacht aan als hij voor het eerst het bevel ?Hier!? in de wind slaat en rustig doorgaat met wat hij aan het doen was. Ze geven hem soms zelfs iets anders te eten wanneer hij het hem voorgezette versmaadt.

Het troepleiderschap kan worden verworven zonder het tonen van veel agressie. Kleine hondjes bijvoorbeeld kunnen net zo lang zaniken tot ze worden opgepakt, en vaak kunnen ze ongestoord op het meubilair springen of zelfs onder de dekens van mensenbedden kruipen. Door dit soort activiteiten consequent vol te houden worden zij uiteindelijk degenen die de dienst uitmaken. Omdat ze zo klein en teer lijken wekken ze de indruk heel volgzaam te zijn, maar hun tactiek is zo succesvol dat sommige mensen hun levensgewoonten ingrijpend wijzigen, hondesitters huren als ze eens een avondje weg moeten, en hun jaarlijkse vakantie opgeven zodat hun hondje niet in een kennel hoeft.

Als groepsdier voelt elke hond zich het lekkerst als hij precies weet wat zijn positie in de pikorde van de troep is. Hoewel geslacht, afmetingen en soort belangrijke factoren zijn, heeft in principe iedere hond de mogelijkheid troepleider te worden. Mensen zijn vaak wel geneigd om hun leidinggevende positie te verdedigen tegen duidelijke uitdagers als de Ierse wolfshond of een gespierde dobermann-reu, maar ze verliezen hun waakzaamheid ten opzichte van minder opvallende kandidaten voor het leiderschap.

Advertenties