De hoeveelheid benodigde lichaamsoefening voor een hond hangt onder meer af van ras, leeftijd en jeugdervaringen.

Het heeft niet te maken met zijn grootte; sommige grote of zelfs reusachtige honden hebben minder lichaamsbeweging nodig dan middelgrote, kleine of piepkleine honden.

Zodra een hond eenmaal heeft geleerd om op bevel te komen of te blijven zitten, kan hij in staat worden gesteld zijn dagelijkse lichaamsbeweging te nemen zonder aan de lijn te hoeven.

Honden zijn toegewijde en nauwlettende waarnemers van de natuur. Als hij de kans krijgt geeft vrijwel iedere hond er de voorkeur aan zijn dagen buiten door te brengen en ze te vullen met het luisteren naar vogels, het in de gaten houden van langskruipende torren en het snuffelen aan ieder geurtje dat op de bries aandrijft.

Net als sommige mensen gedragen sommige honden zich alsof ze enige afstand nemen van de rauwe werkelijkheden des werelds, alsof zijzelf van een hogere en meer beschaafde rangorde zijn.

Andere honden zijn meer ordinair in hun wensen: hebben zij de keus tussen geurig gras of een warme sofa om de uren des levens op door te brengen, dan prefereren zij de sofa. Deze hondse huismussen hebben niet minder lichaamsoefening nodig dan hun grasminnende verwanten: beide groepen dienen elke dag hun hele lichaam te bewegen, bij voorkeur in de vorm van hollen.

In het ideale geval bezoeken honden steeds andere plaatsen voor hun lichaamsoefeningen, omdat een nieuwe omgeving stimulerend werkt. Nieuwe aanblikken, geluiden en geuren zijn opwindend. Mensen moeten echter wel voorzichtig zijn bij het van de lijn laten van hun hond in zo’n vreemde omgeving.