Vanaf zo jong mogelijke leeftijd dienen alle zintuigen van de pups geregeld te worden gestimuleerd.

Ze moeten in contact komen met verschillende diersoorten en met mensen van alle formaten. Ze moeten zowel per auto leren reizen als leren wandelen tussen groepen mensen.

Zo nu en dan moeten ze een paar uur alleen worden gelaten, maar ze moeten ook worden uitgenodigd op mensenpartijtjes. Hoe meer ervaringen ze opdoen tussen hun geboorte en ongeveer hun twaalfde week, hoe beter hun hersenen zich zullen ontwikkelen en hoe groter het aantal verbindingen tussen de hersencellen zal zijn.

Puppy’s kunnen hun moeder niet uitkiezen, en juist hun moeder brengt een heel scala gedragspatronen over op haar pups. Onzekere moeders zullen met meer waarschijnlijkheid jankende puppy’s produceren, terwijl strenge moeders hun nageslacht daarentegen tot meer introverte karakters zullen opvoeden.

Het grootste verschil tussen vroege hondejeugd en vroege mensenjeugd is dat pups bij hun moeder worden weggehaald en opgevoed door een geheel andere soort. Dit heeft het nadeel dat het natuurlijke leerproces erdoor wordt verstoord; het voordeel is dat mensen puppy’s veel meer kunnen leren dan hun eigen moeder. Vroege stimulatie van de zintuigen betekent dat de hond op latere leeftijd minder makkelijk zal schrikken van nieuwe of ongebruikelijke dingen. Om deze reden zijn in de stad grootgebrachte honden meestal minder bang voor vreemden of vreemde situaties dan die welke op het platteland zijn opgegroeid. De allround hond moet zijn levenslessen leren; onder supervisie van zijn mensen; zodra hij er maar aan toe is.