Veel honden zijn gek op water.

Ze hoeven maar een modderpoel te zien of ze duiken erin. Deze honden begeven zich in iedere rivier, beek, meer of vijver die ze tegenkomen, vanwege het simpele genoegen van op z’n hondjes rondzwemmen.

Zwemmen wordt gewaardeerd, maar baden wordt doorstaan.

Het verschil is dat baden door mensen aan honden wordt opgedrongen. Wat de hond betreft vindt het bad niet plaats om schoon te worden, maar als teken van menselijke dominantie. Hoe gek ze ook is op water, ze haat het wanneer een duik haar opgedrongen wordt.

Honden mogen zwemmen zo vaak ze willen, maar baden in zeepwater moet worden beperkt omdat zeep en zeepachtige stoffen de natuurlijke oliën in de vacht afbreken.

Een bad is op z’n plaats als de hond stinkt of als de vacht zo smerig is dat er niets anders opzit.

De noodzaak voor zeepbaden vermindert naarmate de verzorging beter is. Honden die vaak worden geborsteld en gekamd hoeven zelden in bad, omdat de regelmatige verzorging vacht en huid in prima conditie houdt.

Rassen met lange, dunne vacht moeten vaker worden gekamd of geborsteld om vervilting van het haar te voorkomen, in het bijzonder achter de oren en tussen de poten. Hoewel likken nuttig is, hebben deze honden menselijke hulp nodig om zich effectief te verzorgen.