Kannibalisme komt zelden voor bij honden, maar het is niet volledig onbekend.

Het treedt verhoudingsgewijs vaak op bij rassen die oorspronkelijk op vechten zijn gefokt.

Het komt vaker voor bij een onervaren en nerveuze moeder dan bij een ervaren, ontspannen teefje.

Het risico van kannibalisme is groter na een keizersnee dan na een natuurlijke geboorte, dus na een keizersnee moeten de mensen vierentwintig uur het nieuwe nest bewaken. Als het teefje uit haar verdoving bijkomt in een vreemde omgeving met vreemde geuren, omgeven door een aantal kleine, piepende beestjes die ze nog nooit eerder heeft gezien, kan ze zich op onvoorspelbare wijze gaan gedragen.

Zelfs na een gewone bevalling laten sommige moeders zich gaan, door natuurlijk baringsgedrag te overdrijven. In plaats van de navelstreng door te bijten en de placenta op te eten, nuttigen ze achtereenvolgens de nageboorte, de navelstreng en de pup.

Kannibalisme is een onaangename maar wel natuurlijke manier van geboortebeperking bij zoogdieren als hamsters en muizen.

Bij honden is het niet normaal, maar men moet wel met de mogelijkheid rekening houden. Gedurende enkele dagen mag men Staffordshires en Engelse bullterriërs niet uit het oog verliezen, evenmin als Amerikaanse staffs en mopshonden. Pas wanneer de moeder zich ontspant en tevreden haar pups likt en voedt, en als de navelstreng verschrompeld is, dan is het gevaar geweken.