Als de calorieën niet in de gaten worden gehouden kan castratie een hond inderdaad dik, maar nimmer saai maken.

Bij reuen zowel als teefjes verbruikt de seksuele cyclus een flink aantal calorieën.

Honden verbruiken energie als ze op zoek zijn naar seks, en het aanmaken van eicellen of sperma kost ook calorieën.

De oestrogeencyclus bij teefjes en de met seks verbonden agressie en territoriumbewaking bij reuen kosten flink wat energie. Na behandeling daalt deze vraag naar energie, en de hoeveelheid voedsel dient evenredig te dalen.

Castratie verandert bepaalde mannelijke gedragspatronen, maar die veranderingen zijn eerder interessant dan vervelend. De meeste gecastreerde honden hebben niet meer zo’n grote behoefte om urinegeurvlaggen uit te zetten in hun territoria. Minder geurvlaggendrang maakt hen aantrekkelijker als gezelschap voor de mens, en zo merkt de hond dat hij minder vaak wordt bestraft en dat er vaker met hem wordt gespeeld. Castratie vermindert ook de zwerf-drang en de met seks verbonden agressie tussen mannetjes onderling. Vermindering van dit gedrag heeft vermindering van gevaar tot gevolg.

Castratie beïnvloedt geen enkele andere vorm van agressie evenmin als de natuurlijke nieuwsgierigheid van de hond; het verdrijft alleen seks van de eerste plaats op de prioriteitenlijst van de hond en gunt daardoor andere activiteiten als jagen, spoorzoeken, apporteren of spelen een grotere kans. Als een hond gecastreerd moet worden dienen zijn mensen in de eerste maanden na de operatie goed op de hoeveelheid calorieën die hij binnenkrijgt te letten.

Een eenvoudige vuistregel is het onmiddellijk na de castratie verminderen van het aantal calorieën met tien procent. Een vermindering met vijfentwintig procent is ook normaal, maar alleen wanneer de hond ondanks eerdere vermindering blijft aankomen in gewicht.