De eerste indruk bepaalt alle latere, en daarom is het heel vervelend dat de allereerste keer dat een hond bij de dierenarts komt gewoonlijk is om een injectie te krijgen.

Dit is een onvermijdelijke onaangenaamheid, dus verder moet het bezoek zo plezierig mogelijk worden gemaakt.

Vaak is de hond al bang omdat hij net voor het eerst van zijn leven in een auto heeft gereden, er mensen om hem heen zijn die hij niet kent, en hij van andere dieren geluiden waarneemt die duiden op ongemak of gevaar. In het beste geval heeft de dierenarts een schoon terreintje waar de pup kan worden neergezet om weer wat stevig op de trillende pootjes te komen. Hij zal waarschijnlijk meteen zijn blaas willen ledigen, en als hij bovendien een snoepje ontvangt om aan te snuffelen en van te smullen, is de eerste indruk toch tamelijk positief.

Mensen brengen vaak hun eigen angst voor dokters- of tandarts-bezoek op hun hond over.

Zelfs heel jonge pups zijn zeer gevoelig voor de manier waarop mensen zich gedragen. Hondebezitters maken zich vaak onnodig zorgen dat de dierenarts hun zal vertellen dat die nieuwe pup maar niks is, helemaal vol zit met parasieten, vier linkervoeten heeft of in feite een vermomde rat is. Zij vrezen ook dat de pup bang zal zijn of pijn zal lijden. De jeugdige pup pikt die gevoelens van zijn eigenaar feilloos op en wordt op zijn beurt ook nerveus.

Mensen moeten zich zo ontspannen mogelijk gedragen als ze met hun hond naar de dierenarts gaan. Eenmaal op de onderzoektafel moet de hond op zijn eigen niveau worden benaderd. Hij moet in staat zijn naar de dokter toe te lopen en hem te onderzoeken.

Wanneer dit heeft plaatsgevonden worden de rollen omgedraaid en onderzoekt de dokter de hond. Sommige honden vinden injecties pijnlijker dan andere.

Rassen als labradors hebben vaak nauwelijks in de gaten dat er iets gebeurd is, terwijl Cavalier King Charles spaniels moord en brand schreeuwen alsof het einde der wereld daar is. Aangezien de meeste honden zich niet op twee dingen tegelijk kunnen concentreren, is dit het juiste moment om de aandacht met een versnapering af te leiden. De injectie wordt toegediend juist als de pup bezig is zijn nieuwverworven snoepje te besnuffelen of op te eten. Als deze eerste gang naar de dierenarts prettig is, zijn toekomstige bezoeken makkelijker.

Thuis kunnen mensen de bek van de hond openen, in z’n oren gluren, tussen z?n vacht neuzen, zijn staart optillen en hem op andere dierenartsachtige wijze ‘onderzoeken’. Deze gewenning is heel belangrijk, want makkelijke honden worden grondiger onderzocht, waardoor de diagnose sneller en makkelijker gesteld kan worden.