Er is een statistisch gevaar verbonden aan narcose, en operaties zijn net zo pijnlijk voor honden als voor mensen, maar beide problemen kunnen worden verminderd door goede zorg en gezond verstand.

Voor de narcose moet een hond vasten. Dit vermindert de kans op braken terwijl ze in slaap zijn. Ze moeten ook volledig onderzocht worden, in het bijzonder hart en longen.

Soms, als er enige reden voor bezorgheid is, moeten bloedtests worden gedaan voorafgaand aan een narcose, om te zien of lever en nieren normaal functioneren. Als er afwijkingen zijn, dan kan de methode van anesthesie worden aangepast.

Veel anesthetica hebben ook een enigszins pijnstillende werking maar in principe kan iedere operatie pijnlijk zijn, in het bijzonder in lichaamsholtes en botten.

Pijnstillers moeten gulhartig worden toegediend, niet alleen wanneer de hond zegt dat hij pijn heeft.

De meeste honden herstellen sneller dan de meeste mensen van een operatie. Ze hebben geen abstracte psychologische problemen, en dat is waarom ze zo snel genezen. Het is echter belangrijk om de pijn niet volledig weg te nemen. Pijn is het middel waarmee het lichaam zichzelf waarschuwt om het rustig aan te doen. Enig licht ongemak na de operatie is nuttig, omdat het de hond rustig houdt en postoperatieve complicaties voorkomt.